Direct naar de inhoud

Wat zeggen osmolaliteit en pH over glijmiddel?

Door: Trilwijzer Bijgewerkt op:
Een flesje helder glijmiddel op waterbasis naast een schaaltje met een geldruppel en pH-indicatorstrookjes.

Osmolaliteit zegt of een glijmiddel vocht aan het slijmvlies onttrekt of eraan afgeeft, en de pH of het middel past bij de plek waar het wordt gebruikt: vaginaal zuur, anaal vrijwel neutraal. Als anker geldt de richtwaarde van de WHO, 380 mOsm/kg of lager als ideaal, maar fabrikanten hoeven osmolaliteit en pH niet op het etiket te zetten. Veel glycerine hoog in de ingrediëntenlijst wijst op een hoge osmolaliteit.

In het kort
  • Osmolaliteit bepaalt of een glijmiddel vocht aan het slijmvlies onttrekt of eraan afgeeft.
  • De WHO stelt 380 mOsm/kg of lager als ideaal en 1.200 mOsm/kg als tijdelijke grens voor glijmiddelen.
  • Een gezonde vaginale pH ligt tussen 3,5 en 4,5; het rectum is vrijwel neutraal.
  • Fabrikanten hoeven osmolaliteit en pH niet op het etiket te vermelden, dus de ingrediëntenlijst is de beste aanwijzing.
  • Veel glycerine hoog in de ingrediëntenlijst wijst op een hoge osmolaliteit.

Wat is osmolaliteit?

Osmolaliteit is de hoeveelheid opgeloste stoffen in een vloeistof, uitgedrukt in milliosmol per kilogram (mOsm/kg). Suikers, glycerine en zouten tellen allemaal mee. Hoe meer deeltjes, hoe hoger het getal.

Dat getal bepaalt wat er op het slijmvlies gebeurt. Twee vloeistoffen met een verschillende osmolaliteit willen in evenwicht komen, en het water verplaatst zich dan van de verdunde naar de geconcentreerde kant. Een glijmiddel met een veel hogere osmolaliteit dan lichaamsvocht trekt dus water uit de slijmvliescellen.

Dat voelt op korte termijn juist glad aan, maar het slijmvlies droogt erdoor uit en kan geïrriteerd raken. Een middel dat ongeveer even geconcentreerd is als het lichaam zelf, heet isotoon en blijft neutraal. Een middel met een lagere osmolaliteit geeft juist vocht af aan het weefsel.

Welke richtwaarde geldt voor de osmolaliteit van glijmiddel?

De WHO noemt voor glijmiddel 380 mOsm/kg of lager als ideaal, in een adviesnotitie uit 2012 die samen met UNFPA en FHI360 is opgesteld. De kern is dat een ideaal middel in beginsel niet ver afdrijft van de waarden van het lichaam zelf, omdat een te hoge osmolaliteit het oppervlak van het slijmvlies kan beschadigen.

Die notitie geeft een ideaal én een grens waar fabrikanten zich aan kunnen spiegelen. De tabel hieronder zet de richtwaarden van de WHO naast de waarden die het lichaam zelf aanhoudt.

ReferentieOsmolaliteitBetekenis
WHO-ideaal380 mOsm/kg of lagerDe streefwaarde, minimaal risico op irritatie
WHO-grens1.200 mOsm/kgTijdelijk aanvaardbaar maximum uit de notitie
Vaginaal vocht260 - 370 mOsm/kgHet lichaamseigen bereik
Sperma250 - 380 mOsm/kgHet lichaamseigen bereik

De grens van 1.200 mOsm/kg is in de notitie bewust ruim gezet, omdat weinig producten op de markt het ideaal haalden toen de notitie verscheen. Wie de keuze heeft tussen een middel onder of boven de 380 mOsm/kg, kiest logischerwijs het eerste. Veel gangbare middelen zitten er ver boven, vaak door een hoog gehalte glycerine.

Welke pH hoort bij glijmiddel?

De pH van glijmiddel hoort bij de plek te passen: zuur voor vaginaal gebruik en vrijwel neutraal voor anaal gebruik. De pH-schaal loopt van zuur naar basisch, en elke plek op het lichaam heeft een eigen evenwicht. Een glijmiddel dat qua pH goed past bij de ene plek, hoeft dat bij de andere niet te doen.

Welke pH heeft de vagina?

Een gezonde vagina is zuur, met een pH tussen 3,5 en 4,5. Die zuurgraad hoort bij de normale balans van het vaginale milieu. De WHO noemt afwijkingen daarvan mogelijk schadelijk in dezelfde notitie uit 2012.

Een vaginaal glijmiddel sluit daarom het best aan bij dat zure bereik. Middelen die duidelijk minder zuur zijn, kunnen het evenwicht verstoren, zeker bij regelmatig gebruik.

Welke pH heeft het rectum?

Het rectum heeft een vrijwel neutrale pH, heel anders dan de zure vaginale omgeving. Een middel dat voor vaginaal gebruik is afgestemd, past daardoor niet automatisch anaal.

Daar komt bij dat rectumweefsel dunner en kwetsbaarder is dan vaginaal weefsel en geen eigen glijmiddel aanmaakt. Een mild middel met de juiste osmolaliteit en een royale hoeveelheid zijn hier extra van belang.

Staat de osmolaliteit op het etiket van glijmiddel?

Op de verpakking van een glijmiddel staat vrijwel nooit een osmolaliteit en zelden een pH-waarde. Dat komt doordat glijmiddel in de EU onder de algemene productveiligheid valt en er geen wettelijke plicht bestaat om die cijfers te vermelden.

De termen die wel op de verpakking staan, zoals huidvriendelijk of pH-neutraal, hebben geen wettelijke definitie. Ze zeggen dus weinig over de werkelijke waarden. Sommige fabrikanten publiceren de cijfers op hun website of geven ze op verzoek, maar dat is vrijwillig.

Onafhankelijke metingen bestaan wel, onder meer in het kader van het WHO-advies, maar ze zijn versnipperd en verouderen naarmate recepten veranderen. Wie de cijfers wil weten, moet ze dus actief opzoeken, en zelfs dan is de dekking beperkt.

Hoe kies je een mild glijmiddel zonder cijfers?

Zonder cijfers op het etiket blijft de ingrediëntenlijst de beste bron. Glycerine hoog in de lijst wijst meestal op een hoge osmolaliteit, omdat het in grote hoeveelheden wordt gebruikt. Een korte lijst zonder sterke smaak- en geurstoffen is over het algemeen de mildere keuze.

Wie vooral vaginaal gebruikt, doet er goed aan te zoeken binnen waterbasisformules met weinig toevoegingen, zoals de selectie in het overzicht van goede glijmiddelen op waterbasis voor gevoelige slijmvliezen. Voor anaal gebruik telt bovendien dat het middel dikker is en langer glad blijft, omdat het lichaam daar zelf geen vocht toevoegt.

Een paar vaste uitgangspunten helpen bij het kiezen zonder cijfers. De onderstaande lijst bevat 4 kenmerken van een mild glijmiddel.

  • Weinig of geen glycerine: glycerine hoog in de ingrediëntenlijst duidt op een hoge osmolaliteit.
  • Geen parfum of smaakstoffen: toegevoegde geur- en smaakstoffen zijn een veelvoorkomende bron van irritatie.
  • Een korte ingrediëntenlijst: minder ingrediënten betekent minder kans op een stof die het slijmvlies niet verdraagt.
  • Afgestemd op de plek van gebruik: zuur voor vaginaal, neutraal en dikker voor anaal.

Wie na deze criteria nog twijfelt tussen basistypes, kan de keuze tussen waterbasis, silicone en hybride naast elkaar zetten in het overzicht van de beste glijmiddelen op dit moment. De juiste basis halveert de zoektocht al, want de osmolaliteits- en pH-discussie speelt vooral bij middelen op waterbasis.

Merkt iemand bij herhaald gebruik van een middel steeds irritatie, dan is overstappen op een simpelere formule de eerste stap. Blijven klachten aanhouden of ontstaan ze ook zonder glijmiddel, dan is een arts of huisarts de juiste persoon om ernaar te kijken, want dit artikel gaat over producten en niet over medische situaties.